woensdag 27 oktober 2021 om 19:30

Woensdagavondgebed vanuit de kerk in 's-Heerenberg
Voorganger(s):  ds. Jan Fischer,ds. Theo Menting,Ds. Henriëtte Nieuwenhuis
Tekst(en): Johannes 3; 14-21
Organist: Jos Thomassen


PROTESTANTSE GEMEENTEN
Silvolde, Etten-Terborg-Ulft, ’s Heerenberg-Zeddam, Gendringen-Bontebrug

WOENSDAGAVONDGEBED

woensdag 27-10-2021 - 19.30 uur - uitzending via www.kerkdienstgemist.nl

vanuit de protestantse kerk in ‘s Heerenberg
voorgangers: Ds. Theo Menting, ds. Jan Fischer, ds. Henriëtte Nieuwenhuis
organist:  Jos Thomassen.



U kunt de orde van dienst hier downloaden
Als u deze dan uitprint kunt u de dienst op het hele scherm van uw computer, tablet of telefoon zien.



LITURGIE voor het AVONDGEBED, 27-10-2021, vanuit ‘s Heerenberg

 

 


Orgelspel

Stilte

Aansteken van de kaarsen

Openingsvers:

V.        Levende God,
            kom en zegen de werken van uw handen.
A.        Eer aan de Vader, de Zoon en de Geest,
            vandaag en alle dagen.
            Amen.

Hymne - LB 221

Psalmgebed - Psalm 27

De HEER is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de HEER is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

Kwaadwilligen kwamen op mij af
om mij levend te verslinden,
mijn vijanden belaagden mij,
maar zij struikelen, zij vielen.

Al trok een leger tegen mij op,
mijn hart zou onbevreesd zijn,
al woedde er een oorlog tegen mij,
nog zou ik mij veilig weten.

Ik vraag aan de HEER één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de HEER
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de HEER te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel.

Hij laat mij schuilen onder zijn dak
op de dag van het kwaad,
hij verbergt mij veilig in zijn tent,
hij tilt mij hoog op een rots.

Daarom heft zich mijn hoofd
fier boven de vijanden rondom mij,
ik wil offers brengen in zijn tent,
hem juichend offers brengen,
ik wil zingen en spelen voor de HEER.

Hoor mij, HEER, als ik tot u roep,
wees genadig en antwoord mij.
Mijn hart zegt u na:
‘Zoek mijn nabijheid!’
Uw nabijheid wil ik zoeken,
verberg uw gelaat niet voor mij,
wijs uw dienaar niet af in uw toorn.

U bent mij altijd tot hulp geweest,
verstoot mij niet, verlaat mij niet,
God, mijn behoud.
Al verlaten mij vader en moeder,
de HEER neemt mij liefdevol aan.

Wijs mij uw weg, HEER,
leid mij op een effen pad,
bescherm mij tegen mijn vijanden,
lever mij niet uit aan mijn belagers.

Valse getuigen staan tegen mij op
en dreigen met geweld.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de HEER te zien
in het land van de levenden?
Wacht op de HEER,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de HEER.

Orgelspel

Schriftlezing - Johannes 3, 14-21

De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.
Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.
Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.
Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden.
Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.’

Stilte

Lied - LB 654: 1, 2, 4, 6
Avondgebed


V.        Gij zijt in ons midden, Heer;
            Uw heilige Naam is over ons uitgeroepen.
A.        Verlaat ons niet, Heer, onze God.
V.        Uw stem heeft ons geroepen,
            uw woord heeft ons gemaakt.
A.        Leer ons uw woord verstaan.
V.        Als wij doof blijven voor U,
            en ons hart ons aanklaagt:
            schenk ons vergeving, heer.
A.        Want Gij zijt groter dan ons hart.
V.        Om de verdeeldheid van ons hart,
            de nood die wij voorbijgingen,
            de vrede die wij niet brachten:
A.        Wij bidden U, Heer, ontferm U over ons.
V.        Moge de nacht over ons komen
            als een verademing,
            als de stilte, waarin uw Rijk onmerkbaar groeit.
A.        Laat komen, Heer, uw Rijk en uw gerechtigheid.
V.        Laat nu ons die u dienen, gaan, o Heer,
            in vrede, naar uw woord.
A.        In U hebben wij ons heil gezien.
V.        Behoed ons, Heer, als wij waken;
            bescherm ons terwijl wij slapen.
A.        Opdat wij waken met Christus
            en mogen rusten in vrede.
V.        Onze hulp is in de naam van de Heer
A.        Die hemel en aarde gemaakt heeft.

 Stil gebed

Onze Vader….

Avondlied - 257

Zegenbede

 

terug