zo 2 aug 2020  om 10:00 uur
Voorganger: ds mw M. da Costa uit Angeren
Live uitzending vanuit de kerk in Zeddam
Ouderling: Rien de Zeeuw
Organist: Joop Agelink

Diaken :                Martin Boslooper
Koster  :                Annemieke van de Weerd
Beeld en Geluid :  Annemieke en Peter van de Weerd

U kunt de orde van dienst hier downloaden. Als u deze dan uitprint
kunt u de dienst op het hele scherm van uw computer, tablet of telefoon zien.
 

Orgelspel

Woord van welkom – door de ouderling van dienst

Stilte

De kaarsen op tafel worden aangestoken

Lied 78: 1 en 2





























2
Laat ons wat onze vaderen vertelden
doorgeven en aan onze kinderen melden.
’t Getuigenis aan Israël geschonken,
het heil dat van de hemel heeft geklonken,
het is een licht dat ons ten leven leidt, -
ons en al wie door ons wordt ingewijd.

Votum en groet

Kyriegebed

Lied 105: 1 en 2





























2
Vraag naar des Heren grote daden;
zoek zijn nabijheid, zijn genade.
Gedenk hoe Hij zijn oordeel velt,
zijn wonderen ten teken stelt,
volk dat op Abram u beroemt,
met Jakobs nieuwe naam genoemd.
 

Gebed

Schriftlezing: Nehemia 9: 15-20

15Wanneer ze honger hadden gaf u hun brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet u water voor hen uit een rots stromen. U beval hun het land binnen te gaan en in bezit te nemen, het land dat u hun onder ede had beloofd. 16Maar onze voorouders hebben zich misdragen; koppig als ze waren luisterden ze niet naar uw geboden.  

17Ze weigerden te luisteren en ze vergaten de wonderen die u voor hen verricht had. Koppig stelden ze een nieuwe leider aan, ze wilden weer slaven worden in Egypte. Maar u bent een God van vergeving, genadig en liefdevol, geduldig en zeer trouw: u verliet hen niet.

18Ze tergden u door een stierkalf te gieten en te zeggen: ‘Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 19Maar liefdevol als u bent, hebt u hen zelfs toen, daar in de woestijn, niet verlaten. Boven hen stond steeds de wolkkolom om hun bij dag de weg te wijzen, en ’s nachts was er de vuurzuil die de weg verlichtte waarlangs ze moesten gaan. 20U gaf hun uw goede geest, en zo verkregen ze inzicht; u stilde hun honger met manna, u leste hun dorst met water.
 

Lied 105: 18

18
Die gunst heeft God zijn volk bewezen,
opdat het altoos Hem zou vrezen,
zijn wet betrachten en voortaan
volstandig op zijn wegen gaan.
Prijs God om al zijn majesteit.
Hij leidt ons tot in eeuwigheid.
 

Schriftlezing: Mattheus 14: 13-21

14 Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. 14 Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken.
15 Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ 16 Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ 17 Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ 18 Hij zei: ‘Breng ze mij.’ 
19 En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. 20 Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. 21 Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.


Lied 995: 1 en 2






























2
O Vader, trek het leed u aan
van allen die met ons bestaan.
Gij hebt gezegd: geef gíj hun brood, –
doe ons hun naasten zijn in nood,
opdat zij weten wie Gij zijt:
de God van hun gerechtigheid.
 

Overdenking

Orgelspel

Gebeden (dankgebed – voorbeden – stil gebed – Onze Vader)

Mededelingen – door de diaken van dienst

Collecte

Slotlied
840: 1,2,3




















2
O mijn God, Gij zegt ‘ga’ en ik ga,
Gij zegt ‘ga’ en ik ga, laat mij niet alleen,
wees het woord in mijn vlees en de geest om mij heen,
wees de adem waaruit ik ontsta.


3
Want o Heer, ik zeg ‘kom’ en Gij komt,
ik zeg ‘kom’ en Gij komt en uw bloed wordt wijn
en uw lichaam brood voor wie hong'rig zijn
en uw naam wordt een lied in mijn mond.


Zegen

terug