wo 13 jan 2021  om 19:30
Voorganger: ds. Theo Menting, ds. Gerjanne van der Velde, ds. Henriëtte Nieuwenhuis
Woensdagavondgebed vanuit de Protestantse Kerk in Megchelen
Tekst(en): Ester 1
Organist: Atze Douma


PROTESTANTSE GEMEENTEN
Silvolde, Etten-Terborg-Ulft,
’s Heerenberg-Zeddam, Gendringen-Bontebrug

WOENSDAGAVONDGEBED
13 januari 2021

vanuit de protestantse kerk in Megchelen
19.30 uur - uitzending via
www.kerkdienstgemist.nl

voorgangers: ds. Theo Menting, ds. Gerjanne van der Velde, ds. Henriëtte Nieuwenhuis
organist: Atze Douma

Het geluid van het woensdagavondgebed wordt rechtstreeeks uitgezonden via Kerkdienst Gemist.
Als u hier klikt, opent zich een nieuw venster en kunt u het geluid van de dienst live meebeleven.

U kunt de orde van dienst hier downloaden. Als u deze dan uitprint kunt u de dienst op het hele scherm van uw computer, tablet of telefoon zien.
 

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Orgelspel

Stilte

Aansteken van de kaarsen
mensen thuis worden uitgenodigd een kaars of een lichtje aan te steken.

Openingsvers
In de schaduw
van uw vleugels
waak ik
met uw licht voor ogen,
bid ik mij
het donker door,
zing ik mij
van zorgen vrij.

Lied: Iedere nacht verlang ik (Jesaja 26,9a)

Psalmgebed – Psalm 1

Goed is
dat je niet doet wat slecht is
niet achter oplichters aanloopt
niet met Ploert & Schender heult
niet je schouders ophaalt
‘ploert en schender, ach
zo is de wereld’.

Goed is dat je goede woorden
overweegt en wil
‘heb je naaste lief die is als jij
de vluchteling, de arme, doe hen recht’ –
prent ze in het hart van je verstand
die woorden
zeg ze voor je uit,
gezegend ben je

een boom aan stromen levend water
vruchten zul je dragen
blad dat niet vergeelt,
het zal je goed gaan.

Oplichter,
ongezegend zal je zijn.
Een storm steekt op
je waait de leegte in.

LB 283

2.En van overal gekomen,

drinkend uit de ene bron,

bidden wij om nieuwe dromen,

richten wij ons naar de zon.

 

3.Want wij mensen op de aarde 

raken van het duister moe.

Als uw hart ons niet bewaarde

sliepen wij ten dode toe.


 4.Laat uw dauw van vrede dalen

 in de voren van de tijd.

 Vat ons samen in de stralen

 van uw goedertierenheid.

 

 5.Die ons naam voor naam wilt noemen,

 al uw liefde ons besteedt,

 zingend zullen wij U roemen

 en dit huis zingt met ons mee!

 

 

Lezing: Ester 1

Het was in de tijd van Ahasveros, de Ahasveros die regeerde over een rijk dat zich uitstrekte van India tot Nubië en dat honderdzevenentwintig provincies telde. In het derde jaar van zijn regering, toen hij in de burcht van Susa zetelde, richtte deze koning Ahasveros een feestmaal aan voor al zijn rijksgroten en hoge functionarissen; alle bevelhebbers van het leger van Perzië en Medië, de adel en de hoofden van de provincies waren aanwezig. Vele dagen spreidde hij de rijkdom en luister van zijn koningschap tentoon en de pracht en praal van zijn majesteit-honderdtachtig dagen lang.

Toen deze dagen voorbij waren, richtte de koning een feestmaal aan voor alle bewoners van de burcht van Susa, van hoog tot laag. Dit duurde zeven dagen, en het werd gehouden in de binnenhof van de tuin van het koninklijk paleis. Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. Er werd wijn geschonken in gouden bekers, de ene nog fraaier dan de andere, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten. En bij het drinken gold de regel: geen beperkingen; de koning had alle hofmeesters opgedragen aan ieders wensen tegemoet te komen. Ook Wasti, de koningin, richtte een feestmaal aan, voor de vrouwen in het paleis van koning Ahasveros.

Op de zevende dag, toen de koning door de wijn in een vrolijke stemming was, beval hij Mehuman, Bizzeta, Charbona, Bigta, Abagta, Zetar en Karkas-de zeven eunuchen die zijn persoonlijke dienaren waren- om koningin Wasti, getooid met de koninklijke hoofdband, bij hem te brengen; hij wilde de rijksgroten van de volken haar schoonheid laten zien, want zij was mooi. Maar toen haar het bevel van de koning door de eunuchen werd overgebracht, weigerde koningin Wasti te komen. Dit ergerde de koning zeer en hij ontstak in woede. Hij wendde zich tot de wijzen, die kennis bezaten van het verleden. De koning was namelijk gewoon zijn zaken voor te leggen aan al zijn wets- en rechtsgeleerden. Zijn meest vertrouwde raadsheren waren Karsena, Setar, Admata, Tarsis, Meres, Marsena en Memuchan, de zeven rijksgroten van Perzië en Medië; zij hadden vrij toegang tot de koning en bekleedden de hoogste posten in het rijk. 'Wat zegt de wet?' vroeg de koning. 'Wat moet er gebeuren met koningin Wasti, nu ze geen gehoor heeft gegeven aan het koninklijk bevel dat haar door de eunuchen is overgebracht?' Daarop verklaarde Memuchan ten overstaan van de koning en de rijksgroten: 'Niet alleen tegenover de koning heeft koningin Wasti zich misdragen, maar ook tegenover alle rijksgroten en alle volken in de provincies van koning Ahasveros. Immers, wat de koningin heeft gedaan, zal alle vrouwen ter ore komen en hen ertoe aanzetten hun echtgenoten te minachten. Ze zullen zeggen: "Koning Ahasveros gaf bevel om koningin Wasti bij hem te brengen, maar ze kwam niet." Nog vandaag zullen de vrouwen van alle rijksgroten van Perzië en Medië, zodra ze hebben gehoord wat de koningin heeft gedaan, zich hierop beroepen tegenover hun echtgenoten, en dat zal leiden tot veel minachting en ergernis. Als het de koning goeddunkt, laat hij dan een koninklijk besluit uitvaardigen dat schriftelijk in de wetten van Perzië en Medië wordt vastgelegd, zodat het niet kan worden herroepen. Hierin moet bepaald worden dat Wasti koning Ahasveros niet meer onder ogen mag komen en dat de koning haar koninklijke waardigheid aan een ander zal geven, die beter is dan zij. Als in het hele rijk-en dat is groot! -bekend wordt dat de koning een dergelijke verordening heeft uitgevaardigd, dan zullen alle vrouwen, van de hoogste tot de laagste, hun echtgenoten met respect bejegenen.'

Het voorstel van Memuchan vond instemming bij de koning en de rijksgroten, en de koning volgde het op. Hij stuurde brieven naar alle provincies van zijn rijk, naar elke provincie in haar eigen schrift en naar elk volk in zijn eigen taal. Daarin stond dat iedere man thuis heer en meester moest zijn, en ook dat hij de taal van zijn eigen volk moest spreken.

Stilte

Orgelspel

Avondgebed
Heer, onze God,
Gij hebt de hemelen neergebogen
en Gij zijt afgedaald om ons te redden.
Zie ook nu neer op ons, uw mensen.
Want voor U hebben wij ons hoofd gebogen,
almachtige God
Niet van mensen verwachten wij hulp,
maar wij hopen op uw genade
en zien uit naar uw verlossing.
Behoed ons deze avond en deze nacht
voor alles wat ons bedreigen kan,
voor angstige dromen en beklemmende gedachten.
Moge uw macht geloofd en geprezen zijn,
Vader, Zoon en heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Amen.

Stilte

Onze Vader

Onze Vader Die in de Hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Koninkrijk kome;
Uw wil geschiede,
gelijk in de Hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de Boze.
Want van U is het Koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.
Amen.

Avondlied 262

Zegenbede
Moge de vrede van God,
die alle begrip te boven gaat,
onze harten en onze gedachten bewaren
in Christus Jezus.

Orgelspel

terug