Woensdag 5 mei 2021  om 19:30
Voorganger: ds. Theo Menting, ds. Gerjanne van der Velde
Woensdagavondgebed vanuit de Protestantse Kerk in Terborg
Tekst(en): Zondagochtendgebed 12 juli 1942 Etty Hillesum
Organist: Jan Bulsink

PROTESTANTSE GEMEENTEN
Silvolde, Etten-Terborg-Ulft,
’s Heerenberg-Zeddam, Gendringen-Bontebrug

WOENSDAGAVONDGEBED
05-05-2021

vanuit de protestantse kerk in Terborg

19.30 uur - uitzending via www.kerkdienstgemist.nl

voorgangers: ds. Theo Menting, ds. Gerjanne van der Velde
organist: Jan Bulsink


U kunt de orde van dienst hier downloaden
Als u deze dan uitprint kunt u de dienst op het hele scherm van uw computer, tablet of telefoon zien.

 


Orgelspel

Stilte

Aansteken van de kaarsen
mensen thuis worden uitgenodigd een kaars of een lichtje aan te steken.

Openingsvers

Van God is de aarde
de wereld en al haar bewoners
Zie hoe goed en hoe kostbaar is het
als mensen in eendracht samenleven
Goedheid en trouw ontmoeten elkaar,
gerechtigheid en vrede gaan hand in hand.
Als de leerlingen van de Heer zouden zwijgen,
zouden de stenen gaan roepen.
Heer, open Gij onze lippen,
en onze mond zal uw lof verkondigen.


Lied Psalm 117

Laudate omnes gentes, laudate Dominum
Laudate omnes gentes, laudate Dominum


Psalmgebed – Psalm 115
Niet aan ons, JIJ, niet aan ons,
maar aan jouw naam komt alle eer toe,
om je goedheid, om je trouw!

Waarom zouden volksstammen zeggen:
‘Waar is dan die god van hen?

Onze God is in de hemel,
hij kan maken wat hij wil.
Hun idolen zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.
Ze hebben een mond en kunnen niet spreken,
hebben ogen en kunnen niet zien,
hebben oren en kunnen niet horen,
hebben een neus en kunnen niet ruiken,
hun handen, die kunnen niet voelen,
hun voeten, die kunnen niet lopen.
Ze krijgen geen geluid uit hun keel.

Net als zij worden hun makers
en ieder die vertrouwt op hen.

Israël, vertrouw op de LEVENDE,
hij is je hulp, je schild,
huis van Aäron, vertrouw op de LEVENDE,
hij is je hulp, je schild,
ieder die ontzag heeft voor de LEVENDE,
vertrouw op de LEVENDE,
hij is je hulp, je schild.

De LEVENDE denkt aan ons,
zal voor ons een zegen zijn,
een zegen voor het huis van Israël,
een zegen voor het huis van Aäron,
een zegen voor wie ontzag hebben voor de LEVENDE,
kleinen én groten.

Moge de LEVENDE jullie talrijk maken,
jullie en je kinderen.

Gezegend zijn jullie door de LEVENDE
die hemel en aarde gemaakt heeft.
De hemel is de hemel van de LEVENDE,
aan de mensen gaf hij de aarde.
Niet de doden zingen voor hem,
niet die zijn in doodse stilte.
Maar wij zeggen: hij is voor ons een zegen,
van nu tot alle tijden.
Zing voor hem!

Orgelspel

Lezing: Etty Hillesum Zondagochtendgebed 12 Juli 1942

Het zijn bange tijden, mijn God. Vannacht was het voor het eerst, dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag en er vele beelden van menselijk lijden langs me trokken. Ik zal je één ding beloven, God, een kleinigheidje maar: ik zal mijn zorgen om de toekomst niet als evenzovele zware gewichten aan de dag van heden hangen, maar dat kost een zekere oefening.
Iedere dag heeft nu aan zichzelf genoeg. Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van tevoren nergens voor in staan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God. En misschien kunnen we ook eraan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen. Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal ook bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen. Er zijn mensen, het is heus waar, die nog op het laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen en zilveren vorken en lepels, in plaats van jou, mijn God. En er zijn mensen, die hun lichamen in veiligheid willen brengen, die alleen nog maar behuizingen zijn voor duizend angsten en verbitteringen. En ze zeggen: Mij zullen ze niet in hun klauwen krijgen.
En ze vergeten, dat men in niemands klauwen is, als men in jouw armen is. Ik begin alweer wat rustiger te worden mijn God, door dit gesprek met jou. Ik zal in de naaste toekomst nog heel veel gesprekken met je houden en je op die manier verhinderen van me weg te vluchten. Je zult ook nog wel eens schrale tijden in mij beleven, mijn God, niet zo krachtig gevoed door mijn vertrouwen, maar geloof me, ik zal voor je blijven werken en ik zal je trouw blijven en je niet verjagen van mijn terrein.


Stilte

Orgelspel

Lied 16 b
Behoed mij, o God, ik vertrouw op U.
U wijst mij de weg ten leven. Bij U is vreugde, blijvende vreugde.


Avondgebed

Wees bij ons, wees ons een geleide
bij het verdwijnen van de dag.
Wij wachten U, begin en einde,
in wie ons leven rusten mag.

Als boze dromen ons belagen,
wij eenzaam vechten met onszelf,
laat niet de nacht dan angst aanjagen,
niet een verleden dat ons knelt.

U kennen wij als een bevrijder,
Gij hoort het mensenkind dat schreit.
Ook als de nacht valt, blijf ons leiden,
troost ons met uw barmhartigheid.


Stilte

Onze Vader

Onze Vader Die in de Hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Koninkrijk kome;
Uw wil geschiede,
gelijk in de Hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de Boze.
Want van U is het Koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid. Amen.


Avondlied 257

1          Nu het avond is,
nu het avond is,
waak, Gij Schepper, als wij slapen

2.         In de duisternis
            In de duisternis,
            waak, Gij Schepper, als wij slapen.

3.         U behoren wij,
            U behoren wij,
            waak, Gij Schepper, als wij slapen.


4.         Die ons hebt behoed,
            Die ons hebt behoed,
            waak, Gij Schepper, als wij slapen.

5.         Zie toch naar ons om,
            zie toch naar ons om,
            waak, Gij Schepper, als wij slapen.

6.         Gij die liefde zijt,
            Gij die liefde zijt,
            waak, Gij Schepper, als wij slapen.

7.         Zegen ons vannacht,
            zegen ons vannacht,
            waak, Gij Schepper, als wij slapen.


Zegenbede
De Eeuwige zal je zegenen en behoeden;
de Eeuwige zal zijn lichtend gelaat over je doen schijnen en je genadig zijn;
de Eeuwige zal je zijn gelaat toewenden en je vrede geven. Amen.

Orgelspel




 

terug